Een belastingplichtige heeft een bezwaartermijn van zes weken. De looptijd gaat in op de dag na de dag waarop de aanslag gedagtekend is dan wel bekend is gemaakt. Het is een belangrijk onderwerp, omdat het een van de eerste zaken is waar de inspecteur naar kijkt bij de beoordeling van het bezwaar. Als het bezwaar niet tijdig is, dan kan de inspecteur het niet-ontvankelijk verklaren.

 

Het niet tijdig indienen hoeft echter niet het einde te betekenen. Als een belastingplichtige te laat is, kan er een verzoek worden ingediend om de aanslag ambtshalve te verminderen. In de praktijk merkt de inspecteur een te laat ingediend bezwaar automatisch aan als een verzoek om ambtshalve vermindering. Er moet hiervoor wel aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Zo moet het verzoek worden gedaan binnen vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft. Hierna is het verzoek in beginsel fataal. Het verzoek kan ook afgewezen worden wanneer de belastingplichtige niet de vereist aangifte heeft gedaan of wanneer de belastingplichtige niet heeft voldaan aan een aantal wettelijke verplichtingen uit de AWR. Hierbij kan gedacht worden aan de informatie- of administratieplicht. Dit is enkel anders indien blijkt dat de belastingaanslag of beschikking onjuist is.

 

Een verzoek om ambtshalve vermindering kan verder afgewezen worden als er sprake is van nieuwe jurisprudentie of beleid, de belastingplichtige er redelijkerwijs niet voor in aanmerking komt of als de belastingplichtige op een ander wettelijk voorgeschreven moment een verzoek had moeten doen.

 

Verschoonbare termijnoverschrijding

Er zijn situaties denkbaar waarbij de vijfjaarstermijn niet fataal is. Dit is het geval indien er sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding in de zin van artikel 6:11 Awb. Normaliter is een termijnoverschrijding verschoonbaar als de oorzaak ervan in redelijkheid niet aan de indiener kan worden toegerekend. In jurisprudentie zijn een aantal voorbeelden te vinden van situaties als deze. In een uitspraak van de Hoge Raad van 29 november 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1871) ging het om een belastingplichtige die het verzoek had gestuurd naar een op een aanslagbiljet weergegeven adres. Dit adres bleek achteraf niet meer te bestaan. Vervolgens heeft belastingplichtige het opnieuw aan de inspecteur aangeboden, maar dit viel buiten de termijn. De Hoge Raad oordeelde dat hier sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding. Uit de jurisprudentie volgt daarnaast ook dat de geestestoestand van de belastingplichtige relevant kan zijn voor verschoonbaarheid.

 

Recente jurisprudentie

Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in de uitspraak van 7 maart 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:1901) over de verschoonbare termijnoverschrijding. Het ging hier om een belanghebbende die per abuis zes jaar lang zijn inkomsten dubbel heeft aangegeven. Hij gaf zowel zijn pensioeninkomsten als die van zijn vrouw aan in zijn aangifte IB/PVV. Belastingplichtige heeft daarom een verzoek ingediend om ambtshalve vermindering. De rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, omdat belanghebbende te laat op de hoogte was gebracht van de fout in de aangifte. Het Hof was het hier niet mee eens. Volgens het hof ligt de verplichting voor het indienen van de juiste aangifte bij de belastingplichtige. Dat belanghebbende later op de hoogte is gesteld van de fout, komt daarom voor eigen risico. De termijnoverschrijding was daarom alsnog niet verschoonbaar.

 

Vijzelman Fiscaal Advies

De bezwaartermijn is een belangrijk en terugkerend onderwerp voor iedere belastingplichtige. Om dit onderwerp zo goed mogelijk te navigeren en te voorkomen dat u voor verrassingen komt te staan of onnodig belasting betaalt, is het belangrijk om van de juiste kennis voorzien te zijn. Vijzelman Fiscaal Advies is een prijswinnend advieskantoor in Amsterdam met een 3-in-1 combinatie betreffende de belangrijkste rechtsgebieden. Voor fiscaal en civielrechtelijk advies ten behoeve van het fiscaal procesrecht bent u bij ons op het juiste adres.