Liquide middelen en effecten in een holding behoren niet automatisch tot het ondernemingsvermogen voor de doorschuifregeling bij overlijden. Volgens advocaat-generaal Koopman moet aannemelijk zijn dat deze middelen een concrete functie vervullen binnen de onderneming. Een algemene verwijzing naar toekomstige investeringen is daarvoor onvoldoende.
Wat speelde er in deze zaak?
Een vrouw overleed in 2016 en liet een aandelenbelang van 37,56% in een holding na. Onder deze holding bevond zich een werkmaatschappij met verschillende deelnemingen. De holding had eind 2015 ruim € 42,7 miljoen aan liquide middelen en effecten.
De erfgenamen verzochten om toepassing van de doorschuifregeling van artikel 4.17a Wet inkomstenbelasting 2001. In de procedure stond de vraag centraal of het geld en de beleggingen konden worden aangemerkt als ondernemingsvermogen.
Rechtbank Gelderland rekende een aanzienlijk deel daarvan tot het ondernemingsvermogen. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kwam tot een ander oordeel: de erfgenamen hadden onvoldoende aannemelijk gemaakt welke functie de middelen binnen de onderneming vervulden.
Financiële reserves hebben niet altijd een ondernemingsfunctie
Advocaat-generaal Koopman onderschrijft het oordeel van het hof. Daarbij speelt mee dat de holding de middelen niet had gebruikt voor investeringen of overnames van de werkmaatschappij. Ook had zij niet garant gestaan voor de financiering daarvan.
Evenmin was voldoende onderbouwd dat de middelen voor toekomstige ondernemingsactiviteiten nodig zouden zijn. De enkele wens om financiële ruimte beschikbaar te houden, rechtvaardigt volgens de conclusie in deze zaak niet dat het gehele bedrag als ondernemingsvermogen wordt behandeld.
Het gaat dus niet uitsluitend om de aanwezigheid van geld binnen een concern, maar om de aantoonbare functie daarvan voor de onderneming.
Onderbouwing door de erfgenamen is essentieel
Volgens de advocaat-generaal moeten de erfgenamen de feiten aannemelijk maken waaruit de ondernemingsfunctie blijkt. Ook het algemene argument dat de reserves nodig zijn om het familiebedrijf in stand te houden, bood in deze zaak onvoldoende onderbouwing.
De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad daarom het cassatieberoep ongegrond te verklaren. Een conclusie van een advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad en is geen arrest. De Hoge Raad beslist zelf of hij dit advies volgt.
Wat betekent dit voor uw holding en bedrijfsopvolging?
Deze zaak laat zien waarom het belangrijk is om tijdig vast te leggen waarvoor financiële reserves binnen een holding worden aangehouden. Denk bijvoorbeeld aan concrete investeringsplannen, financieringsverplichtingen, liquiditeitsbegrotingen en besluiten over voorgenomen overnames. Dergelijke stukken kunnen de onderbouwing ondersteunen, maar garanderen niet dat de middelen fiscaal als ondernemingsvermogen kwalificeren.
De besproken procedure betreft de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting bij overlijden en een overlijden uit 2016. De bedrijfsopvolgingsregeling voor de schenk- en erfbelasting moet afzonderlijk worden beoordeeld. Bij een actuele bedrijfsopvolging zijn bovendien de dan geldende wettelijke voorwaarden bepalend.
Vijzelman Fiscaal Advies kan u ondersteunen bij de beoordeling van uw holdingstructuur, de functie van financiële reserves en de voorbereiding van een bedrijfsopvolging, met aandacht voor de fiscale, civielrechtelijke en notariële aspecten.
Heeft uw holding aanzienlijke geldmiddelen of beleggingen? Of wilt u weten wat daarvan de gevolgen kunnen zijn bij schenking of vererving van uw aandelen?
Neem contact op met Vijzelman Fiscaal Advies via het contactformulier om uw vraag voor te leggen of een afspraak aan te vragen.
Bronnen
Sharog Susani, A-G: liquide middelen holding geen ondernemingsvermogen zonder functie, Taxence, 13 oktober 2026.
Parket bij de Hoge Raad, conclusie van advocaat-generaal Koopman van 25 september 2026, zaaknummer 25/03966, ECLI:NL:PHR:2026:912.
Wettelijk kader: artikel 4.17a Wet inkomstenbelasting 2001, in het bijzonder het vijfde lid, zoals van toepassing op het overlijden in 2016.
Deze publicatie is zelfstandig geformuleerd naar aanleiding van het genoemde nieuwsbericht.
Stand van zaken: 14 oktober 2026.
Disclaimer
Deze publicatie bevat algemene informatie en vormt geen individueel fiscaal of juridisch advies. De toepassing van wet- en regelgeving hangt af van de feiten en omstandigheden van uw situatie. Wetgeving, rechtspraak en beleid kunnen na de vermelde publicatiedatum wijzigen. Een besproken conclusie van een advocaat-generaal is geen definitieve beslissing van de Hoge Raad.
Vijzelman Fiscaal Advies besteedt zorg aan de inhoud van deze publicatie, maar kan de volledigheid en actualiteit daarvan niet garanderen. Laat uw persoonlijke situatie beoordelen voordat u op basis van deze informatie beslissingen neemt. Voor zover wettelijk toegestaan, aanvaardt Vijzelman Fiscaal Advies geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit het gebruik van deze algemene informatie.
